Boekrak:Tale

Vanaf Wikibooks
Jump to navigation Jump to search
Nuvola apps error.png

Hierdie blad is 'n kandidaat vir spoedige verwydering om die volgende rede:

{{{1}}}

As u nie die spoedige verwydering van hierdie blad steun nie, kan u u besware op die besprekingsblad opper.

Sien gerus Wikibooks:Spoedige verwyderings vir redes hoekom bladsye soos hierdie vir spoedige verwydering gemerk word. Onthou om bladsye wat na hierdie bladsy verwys en hierdie blad se geskiedenis na te gaan vóór verwydering.

Moenie hierdie kennisgewing verwyder nie.

et Rotterdamse homocafé Keerweer organiseerde dit jaar voor de tweede maal een Drag Idols-competitie: zes mannen in jurken zongen voor een uitzinnig publiek hun favoriete popliedjes. De winnares, Miss Donna Pepper, viel op haar hoge hakken bijna de cafétrap af: „Iedereen lachte me uit, maar honey, I beat them all!” Drag Idols is één van de vele zangcompetities die door heel Nederland gehouden worden, in navolging van het bekende televisieprogramma: neem bijvoorbeeld de Chinese Idols (voor de Chinese gemeenschap), Oedels (van carnavalsvereniging De Pintvatters uit Oeteldonk) en L’eidols (Idols in Leiden).

De communicatiewetenschapper Stijn Reijnders bezocht acht van zulke Idols-feesten voor zijn onderzoek naar de relatie tussen volkscultuur en mediacultuur. „Mij zijn daar twee dingen opgevallen”, vertelt Reijnders. „Het format van het tv-programma wordt nauwgezet nagespeeld: ze imiteren de presentatoren en de jury, het Idols-logo wordt gekopieerd en soms wisselen ze de optredens af met reclameblokken, waarbij een aantal commercials nagespeeld wordt. Aan de andere kant wordt het format ook geparodieerd: ze doen Reinout Oerlemans en Tooske Breugem na, maar dan wordt Tooske wel gespeeld door een man met een pruik en heet ze Dooske.

„Zo wordt door middel van parodie afstand geschapen tot het televisievoorbeeld en komt het feest dichter bij het publiek te staan. In de ruimte die ontstaat kan de gemeenschap een groepsgevoel ervaren en haar regionale, seksuele of etnische identiteit tonen. Al dat soort groepen hebben een kapstok nodig, een een verbinding met de massacultuur, en tegelijk willen ze ook hun eigen feestje vieren, door bijvoorbeeld carnavalskrakers te zingen in plaats van Angelsaksische popliedjes. Idols wordt ingekapseld in bestaande feestculturen.”

Stijn Reijnders (1976) is in mei gepromoveerd; zijn proefschrift Holland op de helling, Televisieamusement, volkscultuur en ritueel vermaak ligt in een handelseditie in de boekwinkels. Hij is als universitair docent Media Entertainment en Populaire Cultuur verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn proefschrift wil Reijnders een niet-moralistische kijk bieden op televisieamusement; iets wat naar zijn mening buiten en binnen de wetenschap nog te weinig gebeurt.

Het maatschappelijk debat over televisie is erg oppervlakkig, vindt Reijnders: „Het gaat alleen over de nieuwste programma’s die grensoverschrijdend zouden zijn, zoals De Gouden Kooi. Dat is een omstreden programma dat de tv-zender Talpa ontwikkelt, waarin een groep mensen in een villa wordt opgesloten met de opdracht elkaar weg te pesten. En men kijkt met een moralistische bril: amusementsprogramma’s worden gezien als een symptoom van breder moreel verval. Zoals in de jaren zestig werd gesproken over de vertrossing, en over de endemollisering in de jaren negentig, zo spreekt men nu afkeurend van de talpanisering, alsof de hele maatschappij door zo’n omroep wordt aangetast.”

sombere filosofen Binnen de wetenschap is het niet heel anders. „Neil Postman is met zijn boek Amusing ourselves to death (1985), dat gaat over de vernietiging van de schriftcultuur door het ‘inferieure’ televisieamusement, heel invloedrijk geweest in de mediawetenschap. Maar het begon al met de filosofen Adorno en Horkheimer die in de jaren veertig schreven dat de massamedia gebruikt werden om het volk te misleiden en te onderdrukken. De onechte mediacultuur vormde volgens hen een bedreiging voor de hogere cultuur en voor de ‘authentieke’ volkscultuur. Wat ik in mijn onderzoek probeer aan te tonen is dat die volkscultuur er nog steeds is, in de vorm van lokale feestculturen. Als je goed naar die culturen kijkt zie je dat daar ook een commerciële dimensie in zit, net als in het volksvermaak van de zeventiende en achttiende eeuw. Al die Idols-feesten bijvoorbeeld hebben ook een financieel of ideologisch belang. Er heeft nooit een ‘zuivere’ volkscultuur bestaan, en de volkscultuur is ook nooit verdwenen: die bestaat voort naast de massacultuur.”

In zijn proefschrift stelt Reijnders verder dat hedendaags tv-amusement voortborduurt op historische vormen van volksvermaak. Hij concentreert zich op drie populaire en veelbesproken programma’s: Peter R. de Vries, Misdaadverslaggever, Te land, ter Zee en in de Lucht en Idols.

Reijnders: „Peter R. de Vries kreeg vooral in eerste jaren veel kritiek van collega-journalisten en cultuurcritici: zijn programma zou geen echte journalistiek zijn maar commerciële pulp. Het werd beschouwd als een nieuw en zelfs bedreigend fenomeen, terwijl er historische vormen van vermaak zijn die een duidelijke overeenkomst vertonen met het programma van De Vries. Denk maar aan het moordlied, het wassenbeeldenmuseum en de gruwelkamers uit de negentiende eeuw: ook in die tijd wilden mensen graag geïnformeerd worden over waargebeurde misdaden, het liefst in een melodramatische vorm.

Peter R. de Vries zou verbolgen zijn omdat Reijnders zijn programma als een vorm van amusement behandelt en niet als onderzoeksjournalistiek. Reijnders benadrukt dat hij De Vries helemaal niet wil veroordelen. „Ik vind dat hij een belangrijke functie heeft in de samenleving: hij vult de kloof die bestaat tussen de officiële rechtsspraak en het natuurlijke rechtsgevoel van het publiek.”

freakshows We praten over de overvloed aan programma’s waarin mensen uit de lagere sociale klassen figureren, of in ieder geval mensen die het niet op eigen kracht redden: Probleemwijken, Big Diet, Super Nanny, de Tokkies. „Het zijn sociale freakshows’’, zegt Reijnders. „Ook hier zie ik een historische parallel: in de zeventiende eeuw kon men het Amsterdamse Spinhuis bezoeken, een tuchthuis voor vrouwen, om de prostituees en dievegges die daar zaten te bekijken. Zelfs in de toeristengidsen van die tijd kun je lezen dat het de moeite waard was om er eens langs te gaan. Voor een kleine vergoeding kon je een soort reality show zien, drie eeuwen voor Big Brother en De Gouden Kooi.’’

Zulk sensationeel vermaak wordt volgens Reijnders gedefinieerd door de term ‘grensoverschrijding’. Hij legt uit: „Elke cultuur is opgebouwd uit bepaalde categorieën van goed en kwaad, van sociaal gedrag en asociaal gedrag. Sommige televisiemakers zoeken de grens op, niet zozeer om de grens steeds verder te verleggen, zoals de cultuurpessimisten suggereren, maar om er heel even overheen te gaan en zo indirect die grens te herbevestigen. Aan de hand van de Tokkies wordt getoond hoe het niet moet en tevens gesuggereerd hoe het wel moet. Ook de critici spelen een belangrijke rol in dat proces: zij maken als tegenstemmen onderdeel uit van het hele theater. Alle programma’s die spelen met de grensoverschrijding, daarin speelt de moraal juist een belangrijke rol.’’

Wil hij beweren dat een programma als Probleemwijken de morele orde bevordert?

„Zulke programma’s zitten in een spannend gebied, daarom vinden mensen het leuk om er naar te kijken. Als je amusement brengt, zoek je altijd een grens op, je laat zien wat net niet kan, want dan wordt er over gepraat. Wat hoort wel en wat hoort niet, dat wordt ter discussie gesteld. Het is geen simpele ontkrachting of bevestiging van de moraal, de grenzen van de moraal worden in concrete situaties in beeld gebracht en de kijker kan zelf zijn conclusie trekken.’’

normen & waarden Vindt hij dat zulke amusementsprogramma’s in ieder geval meer bijdragen aan de moraal dan het normen en waarden-debat van premier Balkenende?

Reijnders lacht: „Dat kun je wel stellen. Zo denk ik ook dat een kleinschalige Idols-competitie in het lokale café of een WK-voetbalwedstrijd van Oranje meer bijdraagt aan het creëren van saamhorigheid en een besef van nationale identiteit dan wat de politiek op dit gebied allemaal verzint. En als wetenschapper kun je veel leren over culturele groepsprocessen als je vormen van vrije tijd bestudeert, of het nu groepsfeesten zijn of amusementsprogramma’s. Al die cultuurpessimisten zouden eens naar een Idols-feest moeten gaan of naar een opname van Te Land, ter Zee en eens met een open blik moeten kijken wat daar gebeurt.’’

De strijd tussen ‘elitaire cultuur’ en ‘populaire cultuur’ is de laatste jaren heviger geworden. Reijnders leest ,,met verbazing’’ de opiniestukken, ook in NRC Handelsblad, waarin gepleit wordt voor het herstel van de culturele elite en het geloof in de superioriteit van de hoge cultuur. Hij zegt: „Dat is zo’n oude reflex! Ik vraag me altijd af: waar zijn de critici van het televisieamusement zo bang voor? Waarom willen zij hun smaak zo graag opleggen aan andere mensen?”

Waarom denkt hij dat de culturele elite steeds terugvalt in die pessimistische reflex?

„Dat is een machtskwestie: het willen bepalen wat goed is en wat niet goed is. De Franse cultuursocioloog Bourdieu heeft daar veel over geschreven, hij stelt dat de burgerlijke elite zich onderscheidt van de lagere sociale groepen door een bepaalde smaaknorm op te leggen. De burgerlijke elite heeft lang kunnen bepalen hoe het volk zich moest vermaken. Vooral in de negentiende eeuw, de tijd van het beschavingsoffensief, werden steeds meer volksvermaken zoals de kermis verboden. Daarna kwam de periode van de verzuiling, waarin de elite sterk de hand had in wat men las en bekeek. Maar sinds de ontzuiling in jaren zestig en zeventig is zij haar grip op het volksvermaak aan het verliezen. En dat brengt een angstreactie teweeg, zoals we de laatste jaren regelmatig merken.

„Het interessante is, dat het discours van het moreel verval in onze tijd onderdeel is geworden van de marketingtechniek van televisieproducenten. Bij Big Brother leidde het format van het programma (vrijwillig opgesloten mensen worden dag en nacht gefilmd) nog toevallig tot maatschappelijke discussie. Endemol heeft toen gedacht: dat is handig, daar gaan we gebruik van maken.”

Bij zijn onderzoek van Te Land, ter Zee en in de Lucht, het langstlopende amusementsprogramma op de Nederlandse televisie, waarbij deelnemers zelf rijdende, varende en vliegende zeepkisten ontwerpen, ontdekte Reijnders dat de deelname geïncorporeerd is binnen de feestkalenders van bestaande groepsculturen. Niet alleen voor de deelnemers, ook voor de kijkers heeft dit programma een rituele functie gekregen: het zorgt voor groepsbinding door de sociale orde en harmonie te benadrukken. Net als Idols is dit amusementsprogramma deel geworden van de eigentijdse volkscultuur.

„De wortels van Te Land, ter Zee liggen in het begin van de twintigste eeuw, de tijd van het folklorisme; ook toen was er behoefte aan vertoning van een nationale identiteit. Mensen hebben soms het idee dat die identiteit onder druk staat en dan ontstaan dit soort initiatieven. Ook in Te Land, ter Zee willen mensen het typisch Nederlandse terugvinden. Nu Nederland als politieke eenheid aan kracht inlevert, met de opkomst van Europa en de globalisering, ontstaat de vrees dat we de nationale identiteit aan het verliezen zijn. Terwijl we ons juist heel erg bewust zijn van de nationale identiteit, we zijn er immers constant mee bezig, sterker nog, er is een hele identiteitsindustrie ontstaan.”

Vandaar de titel van zijn boek, zegt Reijnders: Holland op de helling. „Het lijkt misschien of Holland op de helling staat, aan de rand van de morele ondergang dus, maar in feite staat Holland op de scheepshelling, een plaats voor onderhoud en constructie. We zijn constant aan het werk aan onze moraal en identiteit, zonder dat het ons lukt die vast te leggen. En gelukkig maar.”

Stijn Reijnders: ‘Holland op de helling. Televisieamusement, volkscultuur en ritueel vermaak’. Veerhuis, Alphen aan de Maas. 267 blz. Prijs 19,50 JERRY SPRINGER EN JAN KLAASSEN De Amerikaanse talkshow Jerry Springer is een typisch voorbeeld van een televisieprogramma dat verguisd is als ‘toonbeeld van debilisering’ en ‘symbool van de ondergang van de beschaving’. In dit programma worden de gasten geconfronteerd met geheimen van vrienden of familieleden en die confrontatie mondt vaak uit in vecht- en scheldpartijen. Sommigen vinden Jerry Springer ‘typisch Amerikaans’, maar Stijn Reijnders wijst op een bekende voorloper: het poppenkastspel van Jan Klaassen en Katrijn. De overeenkomsten met Jerry Springer zijn opvallend: Jan Klaassen is een drankzuchtige jongen van de straat die zich met andere vrouwen inlaat, tot grote ergernis van zijn vrouw Katrijn. De hardhandige ruzies van het echtpaar worden, zoals bij Jerry Springer, afgesloten met een moralistisch praatje. Jan Klaassen en Katrijn hebben een lange Europese volkculturele geschiedenis, die teruggaat tot het zestiende-eeuwse Italië. ‘Nederlandse landschap is in de afgelopen dertig jaar sneller verdwenen dan ooit’ Landschapsarchitectuur Nederlanders zetten het landschap al meer dan 1. 12 MAART 2018 De culturele hoogtepunten voor het voorjaar Van Mahler tot Down the Rabbit Hole: in de lente van 2018 is er weer van alles te doen op het gebied van cultuur. 02 JANUARI 2018 Op zoek naar poëzie, in een four-wheel-drive Dichtkunst Saoedi-Arabië De Nederlandse arabist Marcel Kurpershoek is al dertig jaar in de ban van bedoeïnenpoëzie. Floris van Straaten zocht hem op in Saoedi-Arabië, tijdens de opnamen van een Arabische tv-serie. ‘Het is niet langer taboe om over de eigen stam te spreken.’ 26 JANUARI 2018 In de voetsporen van Skywalker, Potter en Gossip Girl In Star Wars-tenue rondstruinen op het eiland waar The Last Jedi is opgenomen, of naar perron 9 3/4 uit Harry Potter. 31 JANUARI 2018 Eind jaren tachtig verving de Kerstman bijna de Sint Sinterklaas Niet Zwarte Piet maar Sinterklaas zélf verdween eind jaren tachtig bijna. De schuldige: zijn collega, de Kerstman. 05 DECEMBER 2017